Wilgenlaan 8, 1829 EC Alkmaar tel: 072-5121554 mail: info@zelsmann.nl

Home                  
Wat is taxeren?           
Doel van de taxatie      
Taxatie aspecten         
Kadaster/Gemeente    
Eigendomsbewijs         
Marktsituatie              
Taxatie rapport           
Taxatie begrippen       
Taxatie opdrachten     
Contact                      

Inleiding waardebegrippen

Dit overzicht behandelt voornamelijk de definiëring van de meest voorkomende waarde begrippen.
Het bevat verder en toelichting, die ingaat op het gebruik van het begrip of de achtergrond daarvan verduidelijkt.
De definities zijn gerubriceerd naar het doel waarvoor ze gebruikt worden.
De taxateur dient te allen tijde in zijn taxatie rapport tot uitdrukking te brengen in welk kader het geplaatst moet worden en aan te geven tot welk doel een waardebegrip is gebruikt om eventuele mogelijke verwarring te voorkomen.
Bij de opbouw van de definities is meestal uitgegaan van de in de belastingrechtspraak voorkomende omschrijving van de WAARDE IN HET ECONOMISCHE VERKEER.


Dit waardebegrip houdt in:
De waarde is gelijk aan de prijs die bij aanbieding ten verkoop op de voor de onroerende zaak meest geschikte wijze na de beste voorbereiding door de meest biedende gegadigde zou zijn besteed.


WAARDE BEGRIPPEN

A. VRIJE MARKT.
  1. Onderhandse verkoopwaarde, vrij van huur en gebruik. De prijs, die bij onderhandse verkoop bij aanbieding vrij van huur en gebruik en op de voor de onroerende zaak meest geschikte wijze, na de beste voorbereiding, door de meest biedende gegadigde zou zijn besteed.
  2. Onderhandse verkoopwaarde in verhuurde staat. De prijs, die bij onderhandse verkoop bij aanbieding in verhuurde staat en op de voor de onroerende zaak meest geschikte wijze, na de beste voorbereiding, door de meest biedende gegadigde, niet zijnde de huurder, zou zijn besteed.
  3. Gedwongen onderhandse verkoopwaarde, vrij van huur en gebruik. De prijs, die bij de onderhandse verkoop binnen een beperkte verkooptermijn, bij aanbieding vrij van huur en gebruik en op de voor de onroerende zaak meest geschikte wijze, na de beste voorbereiding, door de meest biedende gegadigde zou zijn besteed.
  4. Gedwongen onderhandse verkoopwaarde in verhuurde staat. De prijs, die bij de onderhandse verkoop binnen een beperkte verkoop termijn, bij aanbiedingin verhuurde staat en op de voor de onroerende zaak meest geschikte wijze, na de beste voorbereiding, door de meest biedende gegadigde, niet zijnde de huurder, zou zijn besteed.
  5. Executiewaarde vrij van huur en gebruik. De prijs, die bij gedwongen openbare verkoop volgens plaatselijk gebruik bij aanbieding vrij van huur en gebruik, door de meest biedende gegadigde zou zijn besteed.
  6. Executiewaarde bij eigen gebruik. De prijs, die bij gedwongen openbare verkoop volgens plaatselijk gebruik, door de meest biedende gegadigde zou zijn besteed, waarbij ervan uitgegaan is dat de koper met het proces verbaal van veiling en gunning ontruiming van de onroerende zaak kan bewerkstelligen.
  7. Executiewaarde in verhuurde staat. De prijs, die bij gedwongen openbare verkoop volgens plaatselijk gebruik bij aanbieding in verhuurde staat door de meest biedende gegadigde zou zijn besteed.
  8. Economische huurwaarde. De prijs, die bij aanbieding ten verhuur, op de voor de onroerende zaak meest geschikte wijze en na de beste voorbereiding, door de meest biedende gegadigde zou zijn besteed
  9. Waarde in verpachte staat. De prijs, die bij een langdurige verpachting als bedoeld in de Pachtwet, op de voor de onroerende zaak meest geschikte wijze en na de beste voorbereiding, door de meest biedende gegadigde zou zijn besteed.
B. WETTELIJKE HUURWAARDE.
  1. Wettelijke huurwaarde woonruimte. De prijs, die bij verhuur van woonruimte maximaal redelijk wordt geacht op grond van de Huurprijzenwet Woonruimte.
  2. Wettelijke huurwaarde bedrijfsruimte. De huurprijs, conform art. 1624 Burgerlijk Wetboek 7A, die berekend wordt, gelet op het gemiddelde van de huurprijzen van vergelijkbare bedrijfsruimte ter plaatse die gedurende een referentie periode van 5 jaar hebben gegolden en die herleid zijn volgens de algemene ontwikkeling van het prijspeil tot aan de laatste dag van de referentie periode van 5 jaar.
  3. Pachtwaarde. De prijs, die bij verpachting van agrarische onroerende zaak maximaal redelijk wordt geacht op grond van het pachtnormenbesluit.
C. JAARREKENING ONDERNEMINGEN.
  1. Opbrengstwaarde. Het bedrag waartegen een onroerende zaak bestens kan worden verkocht onder aftrek van de nog te maken kosten.
  2. Bedrijfswaarde. De waarde, ten tijde van de waardering, van het aan een onroerende zaak of samenstel van onroerende zaken toe te rekenen deel van de netto omzet die kan worden verkregen met de uitoefening van het bedrijf waartoe het dient of is bestemd.
  3. Vervangingswaarde. Het bedrag dat nodig zou zijn om in plaats van een onroerende zaak dat bij de bedrijfsuitoefening is of wordt gebruikt, verbruikt of voortgebracht, een andere onroernde zaak te ver-krijgen of te vervaardigen dat voor de bedrijfsuitoefening een in economisch opzicht gelijke betekenis heeft.

D. VERZEKERING.
  1. Herbouwwaarde. Het bedrag benodigd voor herbouw van het verzekerde gebouw onmiddellijk na het voorval op dezelfde plaats en met dezelfde bestemming.
E. WET WOZ.
  1. Waarde in het economisch verkeer. De waarde die aan de onroerende zaak dient te worden toegekend, indien het volle en onbezwaarde eigendom daarvan zou kunnen worden overgedragen en de verkrijger de onroerende zaak in de staat waarin het zich bevindt, onmiddellijk en in volle omvang in gebruik zou kunnen nemen.
  2. Gecorrigeerde vervangingswaarde. Het offer dat nodig is om een objekt weer in dezelfde staat aan te schaffen of te vervaardigen, gecorrigeerd met een afschrijving wegens technische- en functionele veroudering en in aanmerking genomen de invloed van latere wijzigingen en rekening houdend met de aard en bestemming van het object, waarbij de invloed van latere wijzigingen in aanmerking wordt genomen.